maandag 3 november 2014

Rockstars op het Soundtrack van je leven

Vorig jaar kwam de biografie van mijn ex Appie Alberts uit. Het jaar daar aan voorafgaand werd ik door Herman Sandman uitgebreid geïnterviewd over mijn prille jaren met de rockende wetenschapper, met name over onze tijd in Groningen, Los Angeles, en Straatsburg.

Tijdens het schrijven van mijn antwoorden op zijn vragen luisterde ik naar muziek uit die tijd, Classic Pop en Rock maar ook klassiek, Big Band, noem maar op, en natuurlijk ook platen van A.A. and the Doctors.

Geïntrigeerd door 'Alle Männer Sind Verbrecher' een lekkere regel die zangers mooi vet kunnen aanzetten in Alberts' 'Words are made to lie' zocht ik naar de herkomst van die tekst. Het bleek een variatie op een Duits volksliedje te zijn, 'Die Männer sind Alle Verbrecher'.

Dankzij de zoektocht op het Internet vond ik vervolgens een video clip met prachtige uitvoering door Lou Leeuw.



Levensverhalen van rockstars lezen lekker weg, en praktisch iedereen die het tijdbeeld herkent herinnert zich waar hij of zij zelf was destijds, herinneringen aan muziek illustreren nu eenmaal het eigen levensverhaal.



Op 26 november presenteert Uitgeverij Passage het eerste exemplaar van 'Lou Leeuw een rockende tijger' bij Vera, in Groningen, Gr.






Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.

donderdag 16 oktober 2014

Haal maar een bloemetje voor je zelf



Zo nu en dan vind ik een mooi boeket in mijn inbox. En al is het virtueel, ik fleur daar toch van op. Met het beeld van de bloemen voor mijn snufferd ga ik dan in gedachten een rijtje vrienden af in Nederland, is het tijd voor een verrassing?

Een oudere vriendin heeft me al verscheidene keren gezegd dat ze de attentie waardeert, dat het groots is, en groot. Dat ze dankzij dat ene boeket iedere keer wel twee, drie vasen kan vullen, en dat ik dat bloemenbedrijf maar moet vertellen dat zij een oud vrouwtje is, en dat ze niet zo'n enorm boeket behoeft.

Typisch, denk ik iedere keer, wat is nu leuker dan een huis vol bloemen? Dat vind ik, maar zij blijkbaar niet, dus ik heb haar boodschap wel degelijk in mijn oren geknoopt. Ik ga natuurlijk niet doorbrieven aan bloem dot com dat die boeketten te groot zijn, uiteindelijk betaal ik er voor om iets moois te laten bezorgen, en een ander is juist weer heel blij met iets groots, maar ik zou toch wel aan mijn vriendin's verzoek om iets kleiners willen voldoen.

Een tijdje geleden kwam ik er achter dat je via hetzelfde bedrijf iemand ook een krediet kaart kunt laten sturen per post. Daarmee kunnen ze iets naar eigen smaak uitkiezen. Daar besloot ik dan maar toe over te gaan. Het was meteen raak, een jarige vertelde dat ze een potplant had gekocht, want daar had ze langer plezier van dan van een bosje bloemetjes dat na een week verwelkt is. Hoera!

Vanmorgen was het weer zover. Bijna had ik een kredietkaart aangevinkt die goed was voor hetzelfde bedrag dat ik voorheen moest overmaken voor dat veel te grote (en eerlijk is eerlijk —het kleinste beschikbare—boeket van bloem dot com. Hoeveel zou een bosje bloemen vandaag de dag in Nederland eigenlijk kosten dacht ik, laat ik daar nu eens naar kijken voor ik tot bestelling van een kredietkaartje over ga.

Een internet site gaf me de keuze uit reclamebrochures van diverse supermarkten. Ik koos voor Bonus van A.H., en nog voor ik bij een fleurig prentje was beland viel mijn mond open van verbazing. Het verschil in prijs van boodschappen daar in Nederland en hier in Seattle is niet te bevatten. Daarover een andere keer, dit stukje gaat uiteindelijk niet over biefstuk tartaar, witlof of piepers.

De mooie rozen in het bovenstaand prentje zijn deze week in de aanbieding, twee bossen voor vijf Euro. Je krijgt veel meer voor de Euro dan ik voor mogelijk hield, al moet de ontvanger er zelf wel voor op pad, en dat is een opfleurende gedachte. Het doet me denken aan vroeger, toen ik wel eens een vijfje toegestopt kreeg van een tante met de woorden, koop maar een bloemetje voor je zelf.


Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.

donderdag 31 juli 2014

Laat me niet lachen - Het Karagoz mysterie

De media nieuw en oud waren er vol van, Turkse vrouwen plaatsten selfies waar ze lachend opstonden. Een grootscheepse reactie op de belachelijke stellingname van de Turkse vicepremier Bulent Arinc dat vrouwen niet moeten lachen in het openbaar. Het deed me denken aan wat ik jaren geleden in Nederland mee maakte.

In 1987 was ik aangetrokken om de vormgeving te verzorgen voor Het Karagoz Mysterie een productie van de Turks-Nederlandse theatergroep. De geliefde oprichter van de groep, Vasif Öngören was overleden en men had een mij onbekende regisseur, en tevens schrijver van het stuk dat opgevoerd zou worden, over laten komen uit Turkije.

Mijn gedrag beviel die man blijkbaar niet want ik werd door de (Turks-Nederlandse) productieassistent terzijde genomen en gewaarschuwd. Ik lachte te veel, ik liet blijken wanneer ik het niet met iets eens was, ik sprak de regisseur aan, of erger nog, tegen. Kortweg, ik gedroeg me niet zoals een vrouw dat hoorde te doen in de Turkse gemeenschap.

Omdat ik daarom moest lachen —Vasif en zijn weduwe Meral Saygun hadden een ander voorbeeld uitgedragen— ging hij verder. Ik zou me op een keer wel eens alleen in het theater kunnen bevinden, en dan zou hij er niet zijn, er zou niemand zijn om me te beschermen, begreep ik wat hij bedoelde? Hij herhaalde het nog maar eens omdat ik hem niet serieus nam. Dat had effect, de angst greep me om het hart.

Niet lang daarna werd ik na een repetitie, ten overstaan van het hele gezelschap beschuldigd van het verdonkeremanen van het geld dat voor de productie bestemd was. Dat was pure onzin. De nieuwe leider van de groep had de toneelschrijver/ regisseur gefêteerd op reisjes, verblijf in goede hotels, eten en drinken, en toen het geld opeens bijna op was moest er een zondebok gevonden worden.

De (Nederlandse) productieleider wist daar alles van, maar kon er niets aan doen dat ik zwart gemaakt werd, en kon mij niet beschermen tegen de haat van de groepsleden die het verhaal grif leken te geloven en allemaal aan de kant van de leiding bleken te staan.

Vervolgens weigerde de leiding me te honoreren voor gedane werkzaamheden, mijn decorbouwers werden gelukkig wel betaald, maar ik kon naar mijn centen fluiten. In plaats daarvan nam ik een advocaat in de hand, ik had uiteindelijk een contract. Na een aantal weken kreeg ik een telefoontje van de productieassistent. Ze zouden me alsnog betalen. Mooi, zei ik. Maar als ze dat moesten (!) doen, dan zou ik niet moeten denken ooit nog voor hen te hoeven werken. Prima! zei ik. Daarmee leek de kous af.

Een jaar later belde dezelfde man me weer op. John Leerdam zou de volgende productie regisseren. Hij had me vanuit de tram zien fietsen, en wilde per se met me werken. Nadat ik de productieassistent het hele verhaal had laten doen, hij wijdde uit over het spannende script, de subsidies, het theater waar de premiere zou plaats vinden, zei ik, Dat is mooi. Dus je doet het, stelde hij. Nee, zei ik, ik ben aan het pakken, morgen vertrek ik naar Amerika.
Wie het laatst lacht lacht het best.

Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.

vrijdag 23 mei 2014

Meditatie 1 - Strijken

Twitter stroom
Vrouw in den vreemde steekt de draak met voorliefde van vriendinnen te strijken tijdens het tv kijken.
Och arme degene die niet kent dat genot, het laten glijden van de bout tussen kreukels van schoon gewassen linnengoed.
Licht prikkelend de geur van bijna geschroeid textiel: aroma van aan de lijn gedroogde was, op 'n zomerdag.




Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.

dinsdag 20 mei 2014

Joods Digitaal Monument - brengt de geschiedenis dichterbij

Een zoek en vindplaats.


Digi Monument Joodse Gemeenschap NL
Het dankzij wijlen professor Ies Lipschits opgezette Digitaal Monument voor Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog vond een vervolg in het Community Joods Monument. Op dit Internet platform kunnen overlevenden elkaar treffen, maar vooral is het een plek waar herinneringen aan vermoordde familieleden kunnen worden gedeeld. 

Van af het prille begin heb ik zoveel mogelijk informatie over mijn oma Judith, haar tweede man Sjaak, haar kinderen en kleinkinderen (mijn ooms, tantes, neven en nichten) ingevoerd bij het virtueel monument. Daarna ben ik gretig in gegaan op de uitnodiging mijn eigen pagina aan te maken en in te vullen. 

In ieder geval één nicht en een neef heb ik, onafhankelijk van elkaar, dankzij die site gevonden. 
De neef was op zoek naar informatie over zijn vader, en vond die dankzij mij op de site. Vervolgens vond hij mijn columns in het Online archief van Ouders.nl en name hij via de redactie contact met me op.

Een mij onbekende plaatste een berichtje voor me op de Joodse Community site. Hij was een vriend van mijn nicht (ik had om informatie m.b.t. mijn overlevende tante (die ik nooit heb ontmoet) gevraagd, en dat had hij gezien.

Die nicht heeft twee dochters, en een kleinkind. Een van de dochters van haar overleden zus, en haar gezin heb ik ondertussen "in real life" ontmoet! Dankzij het Internet

Die stippeltjes zee, het digitaal joods monument, brengt de geschiedenis dichterbij. 



Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.

zondag 4 mei 2014

NCRV biedt excuses aan voor antisemitisch toon taalgebruik Willem de Wever

Op zoek naar een kinderprogramma over de Jodenvervolging, stuitte ik maart j.l. op de website Willem de Wever —de NCRV vraagbaak voor kinderen zowel als volwassenen. De vraag die ik voor mijn snufferd kreeg deed me versteld staan. 
Waarom werden de Joden gescheiden?

Als de vraagstelling al niet deugde of in ieder geval onvolledig was: Gescheiden van wie of wat, man, vrouw, tafel en bed? dacht ik allereerst, het taalgebruik voor het rijtje antwoorden (klik op de afbeelding hieronder) kwam me voor als antisemitisch.

Op de website van de NCRV kun je lezen wat de richtlijnen en doelstellingen van deze in 1924 opgerichte omroepzuil zijn.
De NCRV zet zich in voor een samenleving waarin mensen betrokken zijn bij elkaar. Dat is verankerd in onze protestants-christelijke traditie, van waaruit we ons richten op verdraagzaamheid en de zorg voor elkaar.

Uit het verband gerukte informatie en verkeerde syntax leidt tot onbegrip, en tot verkeerde conclusies. Wat is de waarde van een vraagbaak wanneer om te beginnen een foutief gestelde vraag niet wordt gecorrigeerd? Wat moeten we denken van de missie die de NCRV zegt te hebben?
Een tolerante samenleving is een krachtige samenleving. Vanuit die overtuiging zijn we bij de NCRV aan het werk. We zijn de vrijblijvendheid voorbij en dragen wezenlijk bij aan deze samenleving. We zijn samen op de wereld.
Wat is de boodschap van een antwoord wanneer vooroordelen enkel worden bevestigd?

Kon ik hier iets aan doen? Op Twitter aandacht geven aan de website zou enkel meer aandacht betekenen voor die foute ideeën. Ik herinnerde me ergens Online een lijstje vragen te hebben gezien die je kunt beantwoorden om jezelf er van te overtuigen dat je niet enkel spoken ziet, of overgevoelig reageert, maar dat er echt sprake is van antisemitisme. 

In gedachten ging ik het rijtje mogelijke bronnen af. Het CIDI draagt de woorden 'tegen racisme en antisemitisme' in haar vaandel. Bingo! Ik deelde mijn ongerustheid in een e-mail (19 maart, 2014), kreeg meteen antwoord dat er aan gewerkt werd, en wachtte af. 

Van de week (1 mei, 2014) kreeg ik bericht. 
We hebben contact gehad met de NCRV naar aanleiding van het artikel ‘waarom werden Joden gescheiden’. De NCRV heeft aangegeven dat het artikel inderdaad niet op de juiste manier is geschreven en heeft excuses aangeboden. Daarnaast is de link geblokkeerd en dus niet meer zichtbaar voor publiek.Nogmaals dank voor het bericht. Zonder de melding hadden wij geen actie kunnen ondernemen.
Dat is rechtvaardigheid, en dat wilde ik even kwijt, vandaag 4 mei, Nationale Herdenkingsdag 2014.
Met dank aan CIDI.


Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.

zaterdag 5 april 2014

Minje van Sam Drukker | Eerbetoon Overlevenden Holocaust in 2014

Klik voor interview met Sam Drukker
Eerbetoon aan het overleven noemt Sam Drukker zijn 'Minje', het quorum aantal nodig om gebeden te kunnen zeggen.

Tien mannen afgebeeld tegen verschillend gekleurde achtergronden, in verschillende poses, met verschillende uitdrukkingen op hun gezicht, en toch ook hebben deze tien een gemeenschappelijk iets, het als Joden volwassen zijn geworden tijdens de Tweede Wereldoorlog —en er op het moment van de vereeuwiging nog te zijn.

Zoals ik me bij iedere Duitser van een bepaalde leeftijd altijd heb afgevraagd: Waar was jij tijdens de oorlog? Was het in Nederland —heel anders dan in Amerika bijvoorbeeld— voor de hand liggend dat de na-oorlogse leden van de Joodse bevolking allemaal overlevenden waren.

Heel stellig zegt Drukker: 'Het gaat niet over de Holocaust, het gaat indirect over de Holocaust, het gaat over overleven, over het nu, over 2014.'

In naoorlogs Nederland werden Joden als slachtoffers betiteld, en wellicht is dat nog zo, terwijl men in Amerika sprak en spreekt over 'survivors' oftewel overlevenden. Typisch toch?

Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.