Posts tonen met het label Joden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joden. Alle posts tonen

zondag 4 mei 2014

NCRV biedt excuses aan voor antisemitisch toon taalgebruik Willem de Wever

Op zoek naar een kinderprogramma over de Jodenvervolging, stuitte ik maart j.l. op de website Willem de Wever —de NCRV vraagbaak voor kinderen zowel als volwassenen. De vraag die ik voor mijn snufferd kreeg deed me versteld staan. 
Waarom werden de Joden gescheiden?

Als de vraagstelling al niet deugde of in ieder geval onvolledig was: Gescheiden van wie of wat, man, vrouw, tafel en bed? dacht ik allereerst, het taalgebruik voor het rijtje antwoorden (klik op de afbeelding hieronder) kwam me voor als antisemitisch.

Op de website van de NCRV kun je lezen wat de richtlijnen en doelstellingen van deze in 1924 opgerichte omroepzuil zijn.
De NCRV zet zich in voor een samenleving waarin mensen betrokken zijn bij elkaar. Dat is verankerd in onze protestants-christelijke traditie, van waaruit we ons richten op verdraagzaamheid en de zorg voor elkaar.

Uit het verband gerukte informatie en verkeerde syntax leidt tot onbegrip, en tot verkeerde conclusies. Wat is de waarde van een vraagbaak wanneer om te beginnen een foutief gestelde vraag niet wordt gecorrigeerd? Wat moeten we denken van de missie die de NCRV zegt te hebben?
Een tolerante samenleving is een krachtige samenleving. Vanuit die overtuiging zijn we bij de NCRV aan het werk. We zijn de vrijblijvendheid voorbij en dragen wezenlijk bij aan deze samenleving. We zijn samen op de wereld.
Wat is de boodschap van een antwoord wanneer vooroordelen enkel worden bevestigd?

Kon ik hier iets aan doen? Op Twitter aandacht geven aan de website zou enkel meer aandacht betekenen voor die foute ideeën. Ik herinnerde me ergens Online een lijstje vragen te hebben gezien die je kunt beantwoorden om jezelf er van te overtuigen dat je niet enkel spoken ziet, of overgevoelig reageert, maar dat er echt sprake is van antisemitisme. 

In gedachten ging ik het rijtje mogelijke bronnen af. Het CIDI draagt de woorden 'tegen racisme en antisemitisme' in haar vaandel. Bingo! Ik deelde mijn ongerustheid in een e-mail (19 maart, 2014), kreeg meteen antwoord dat er aan gewerkt werd, en wachtte af. 

Van de week (1 mei, 2014) kreeg ik bericht. 
We hebben contact gehad met de NCRV naar aanleiding van het artikel ‘waarom werden Joden gescheiden’. De NCRV heeft aangegeven dat het artikel inderdaad niet op de juiste manier is geschreven en heeft excuses aangeboden. Daarnaast is de link geblokkeerd en dus niet meer zichtbaar voor publiek.Nogmaals dank voor het bericht. Zonder de melding hadden wij geen actie kunnen ondernemen.
Dat is rechtvaardigheid, en dat wilde ik even kwijt, vandaag 4 mei, Nationale Herdenkingsdag 2014.
Met dank aan CIDI.


Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.

maandag 24 februari 2014

Lezen om nooit meer te vergeten hoe het toeging tijdens de oorlog, en daarna.

Waarom lezen we zo graag oorlogsgeschiedenissen? 

Dat is de vraag die Cathelijne Esser stelt op haar blog.
Uitgeverij Anthos laat het ons weten op Twitter. Ga zelf even kijken wat ze schrijft naar aanleiding van Koningin van de nacht door Yvonne Keuls.
Ik geef hieronder mijn reactie op haar blog post Shoah Business.

Esser beschrijft hoe een Joodse vrouw die aanwezig is bij het leggen van struikelstenen in de straat waar haar familie woonde voor ze werden afgevoerd stelt: "We monopolize the Shoah." In het Engels, met enige afstand dus.

Tja, denk ik meteen, dank je de koekkoek, de shoah/sjoa staat nu eenmaal voor de Joodse Holocaust en niet voor het meer algemene alles overkoepelende: de Tweede Wereldoorlog, waar iedereen in die tijd mee te maken had. Ook zie ik in gedachten die vrouw, zoals ze dat gezegd kan hebben, met irritatie die neigt tot zelfkritiek. Daarover zou een boek geschreven kunnen worden.

Wanneer begon die interesse in oorlogsgeschiedenissen? 
Is er een moment geweest waarop je enorm getroffen werd door een verhaal dat echt gebeurd was? Een verhaal dat je zou doen gruwelen als het om fictie ging? Je kun je vast wel herinneren wanneer het voor het eerst tot je door drong wat er met de Joodse bevolking is gebeurd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat was het?

Een boek, een film, een tentoonstelling? 
Want, het is juist om te zorgen dat mensen stil staan bij wat er is gebeurd, dat mensen die wel die connectie met het verleden hebben, diep delven daar waar het pijn doet, opdat het niet vergeten wordt door anderen. Opdat die anderen geraakt worden, en het weer door geven. Ik denk daarbij aan een boek dat ik net gelezen heb, En verder geen leed, door Lilian Pelzman. 

Never again!
Te weten dat je interesse blijft hebben, dat je er voor wilt zorgen dat de geschiedenis zich niet zal herhalen is van belang voor oorlogsslachtoffers and hun nazaten.
En voor degenen die daar stonden in de straat van Cathelijne Esser, bij een steen die geplaatst werd, en misschien zelfs voor die mevrouw met haar zogenaamd luchthartige opmerkingen: "We monopolize the Shoah," en "there's no business like Shoah business."


Het leven is een lach en een traan, en "the show must go on".
Voor sommigen is vertellen over het verleden te pijnlijk, ook al geven ze dat niet toe, vooral niet in bijzijn van een willekeurige vreemde, of zelfs iemand die ze na aan het hart ligt. Anderen, die het allemaal mee hebben gemaakt moeten er niet aan denken om bij zo'n steenlegging aanwezig te zijn.

Lezen om nooit vergeten, daar gaat het om.

Deze t' ekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.

dinsdag 3 juli 2012

Kafka-esk Verre Familie van Praag

Het is de geboortedag van Frans Kafka. 

Omslag van The City of K.
Op deze dag in 1983, zijn 100ste geboortedag, bezocht ik Kafka's graf in Praag. Ik wist welke bus ik moest nemen, maar niet waar ik uit zou moeten stappen. Iedereen, inclusief de buschauffeur keken me niet begrijpend aan.

Uiteindelijk nam een vrouw van rond de dertig me bij de arm, en zei in haperend Engels dat het tijd was om uit te stappen, en dat ze me de weg zou wijzen. Toen we in de buitenwijk op de stoep stonden legde ze uit dat het laten blijken van interesse in Kafka mensen in Praag gevaarlijk kon lijken. Zij was fotografe, en was er op uitgestuurd foto's te maken van de speciale bijeenkomst op de begraafplaats.

Tot mijn verbazing hadden zich inderdaad een flink aantal mensen rond het graf van de schrijver geschaard. Een van hen, een Brit die zei rabbijn te zijn, deed academisch onderzoek naar Kafka. Hij was door de overheid van een wagen met chauffeur voorzien. 'Zo houden ze in de gaten waar ik ga, en wat ik doe.'

Hij nodigde me uit om met hen mee terug te rijden naar de stad, en we gebruikten de door de Joodse gemeente aangeboden lunch, in het door mij reeds eerder bezochte gemeenschapshuis, om de hoek van de ruim 500 jaar oude synagoge. De soep was weer dun, de kool te gaar, het vlees, als het er al was, herinner ik me niet. De Brit nodigde me uit om de volgende dag, na een lunch bij een veel beter restaurant, met hem mee te gaan naar Theresiënstadt.

Zo gezegd zo gedaan, ik stak de volgende dag tegen het lunchuur de rivier over, en volgde de stijle weg van keien die naar het burchtwijkplein leidt. De Brit en zijn chauffeur zaten pontificaal aan een tafeltje op het terras van een chique restaurant tegenover de burcht op me te wachten. Onder het genot van wat zonder twijfel de beste maaltijd was die ik ooit in Praag had genoten, leerden wij drieën elkaar beter kennen. De chauffeur bleek een schrijver te zijn, die zich gedeist hield, maar 'ondergronds' aktief was. De Brit legde me uit dat niet iedere 'rabbinical scholar' een gemeente hoefde te hebben. Ik vertelde hen dat mijn achternaam 'from Prague' betekende en dat ik op zoek was naar mijn 'roots'.

http://www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/Holocaust/terezin.html
Gasoven - Foto Mark Talisman
Eenmaal aangekomen in Theresiënstadt zag ik kans op mijn eentje rond te lopen, ik miste daardoor de rondleiding die de chauffeur gaf, maar wilde de gelegenheid hebben alles grondig in me op te nemen. De verlaten stad met echte huizen, en het nabije concentratiekamp maakte een onuitwisbare indruk. Bij het zien van gasovens raakte ik in verwarring, ik dacht dat er geen gaskamers waren in Theresiënstadt? Dat klopte, maar mensen gingen bij bosjes dood van honger en uitputting.  Vandaar de crematoria and de met gas gestookte ovens.

Op de weinige bezoekers na was de stad spookachtig uitgestorven. Uiteindelijk was het toch een museum van Hitler's kunsten. Ik was misselijk van wat ik had gezien, en het leek me smakeloos om souvenirs te kopen van de vrouw die in het informatiewinkeltje werkte.

De Brit leek minder aangeslagen dan ik. 'sAvonds na het diner in het restaurant van zijn hotel, waar hij me voor had uigenodigd omdat ik elders toch niets goeds te eten zou kunnen krijgen, stelde hij voor dat we een wandelingetje zouden gaan maken. Geen gek idee, vond ik. Hij wilde zich even verkleden, en haalde me over om niet in de lobby te wachten, maar mee te gaan naar zijn kamer, waar hij probeerde me aan te randen. Ik sloeg hem van mij af, en vertrok daarop meteen, woest op mezelf, en op hem. Ik heb hem nooit meer gezien en ben zijn naam met opzet vergeten.

Mijn onlangs overleden neef Julien van Praag ontdekte tijdens genealogisch onderzoek dat wij heel verre familie zijn van Frans Kafka. Dat verklaart veel.

Deze tekst by Judith van Praag is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 3.0 Unported License.